Boostin SI — StoryBrand-strategie: het verhaalkader en hoe je het hergebruikt
Doel van dit document: de merkverhaal-architectuur achter alle uitingen van Boostin SI — landingspagina, advertentie, advertorial, mail, sales-deck, LinkedIn. Het bevat de hero-tekst (het manifest) als referentie-uitwerking, en de richtlijn die zegt hoe je dezelfde architectuur invult voor andere kanalen, doelgroepen en momenten zonder dat het verhaal verzwakt.
Verhouding tot de andere documenten. Dit is de uitvoeringslaag van het merkverhaal. De strategielaag staat in
visie-commercieel-positionering.md: daar staan de Golden Circle (why/how/what), de positionering (softwarebedrijf, partner van de financieel adviseur), de doelgroepen en het “verkoop de auto, niet de batterij”-frame. De twee vullen elkaar aan: de Golden Circle bepaalt wat we geloven en in welke volgorde we het vertellen; StoryBrand (SB7) bepaalt hoe we de lezer tot held maken. Geen conflict — de why (“iedereen die beslist verdient het om écht geïnformeerd te zijn”) is de overtuiging onder dit hele verhaal.Twee vaste keuzes (zie beslissingen): merknaam = Boostin SI — SI staat voor Storybooks & Insights; go-to-market = financieel-adviseur-kanaal (sectoroverstijgend; installatie/Notifica is een geparkeerde nevenpilot, géén hoofdverhaal). Voorbeelden mogen sector-specifiek zijn, maar het verhaal hangt niet aan één sector.
1. De vaste rolverdeling
Voordat er een woord wordt geschreven, ligt vast wie welke rol speelt. Wie deze rolverdeling kent, kan in elke vorm — landingspagina, advertorial, mail, deck, LinkedIn-post — varianten produceren die hetzelfde verhaal vertellen.
| Rol | Wie | Wat hij doet |
|---|---|---|
| De held | De bestuurder of manager (DGA, MT-lid, operationeel manager) | Is altijd de lezer. Nooit het product, nooit de techniek. Aangesproken als “je”. Nooit als afhankelijk geportretteerd: hij heeft het bedrijf opgebouwd, hij stuurt, hij draagt verantwoordelijkheid — ook met ons aan zijn zijde. |
| De gids | Boostin SI | Heeft de wijsheid die de held nu nodig heeft, maar beslist nooit voor de held. Wijst aan, verklaart, stelt in staat. Verdwijnt naar de achtergrond op het moment dat de beslissing valt — en dat is goed. Een goede gids vervangt niemand; hij maakt anderen sterker. |
| De gids-in-mensenvorm (kanaal) | De financieel adviseur / interim-FD | In het adviseur-kanaal is hij de waarborg-rol in mensenvorm: hij zet de scope, keurt goed, vertaalt vakmanschap naar kader. Hij wordt niet weggesneden — hij wordt opgereedschapt. In de meeste klant-uitingen blijft hij impliciet; in adviseur-gerichte uitingen is hij de mede-held die zelfstandig bij zíjn klanten kan leveren. |
Openstaand punt — het menselijke gezicht. In sommige bron-uitingen staat een persoonlijke contactpersoon (“Plan een werkgesprek met …”). Wie dat gezicht is (Mark, Arthur, of de adviseur zelf, afhankelijk van het kanaal) is nog niet vastgelegd. Tot dan: gebruik een neutrale CTA (“Plan een werkgesprek”).
2. De zeven blokken — wat per blok ertoe doet
De StoryBrand-architectuur loopt van wie de held is, via zijn probleem en de gids, naar wat er gebeurt als hij wel of niet meegaat. De volgorde is heilig — die maakt het verhaal. Wat er per blok staat, mag per variant verschillen; wat het blok moet doen, niet.
- Wie is de held. Erken de lezer in zijn rol en kunde, vóór je iets benoemt wat schuurt. Hier wint hij vertrouwen dat je hem ziet zoals hij zichzelf ziet. Noem iets van wat hij heeft opgebouwd en wat hij voor zich ziet — verleden én toekomst.
- Wat is zijn probleem. Twee lagen naast elkaar. Extern: wat zichtbaar is, wat hij in een functionele tekst zou opschrijven. Intern: wat hij voelt maar zelden uitspreekt — de stille onrust, het ongemak. De interne pijn is altijd sterker dan de externe. Wie alleen het externe benoemt, klinkt als een tool-leverancier.
- Wat doet de gids. Geen zelfpromotie. De gids verschijnt door wat hij doet, niet door wat hij claimt. Zijn autoriteit zit in zijn handelen, niet in zijn cv. Benoem de oorsprong (waar komen we vandaan), de scharnier (wat is nu nieuw), en de rol (hoe loopt hij met je mee).
- Hoe gaat de gids helpen — het plan, in drie stappen. Stap 1: aansluiten op wat er al is — risico weghalen. Stap 2: het systeem ijken — hier zit de kern, mag de zwaarste stap zijn. Stap 3: wat de held terugkrijgt — de gesprekspartner in werking.
- Wat als je het niet doet. De stilzwijgende uitkomst van niets veranderen. Niet dreigend, wel eerlijk. Toon is constatatief — niet “anders ga je failliet”, maar “anders blijft het zoals het is”. Drie of vier korte regels die elk een laag van de pijn herhalen.
- Wat als je het wel doet. De transformatie, in mens-termen. Niet productbelofte (“betere rapportages”), maar mens-belofte (“ruimte om te besturen”). Oplopend van praktisch naar filosofisch. Eindigend op het verlangen dat in blok 1 al impliciet werd uitgesproken.
- De oproep. Geen knop met onderschrift, maar een blokje met een belofte. Wat het wel is, wat het niet is, wat je eraan hebt na een uur. Eén primaire actie — geen drie. “Plan een gesprek” werkt beter dan “vraag een demo aan”, want het laatste voelt als verkoop.
3. Wat vast staat, wat vrij is
Sommige dingen zijn vast — anders is het geen merk meer maar willekeurige tekst. Andere zijn vrij — anders past het niet bij doelgroep, kanaal of moment.
Vast:
- De rolverdeling. Held is bestuurder of manager. Gids is Boostin SI. Nooit andersom, nooit gemengd.
- De grondtoon. Kalm, scherp, niet schreeuwerig. Direct in “je”, zonder afstandelijke u-vorm.
- De vier kenmerken van de gids. In jouw taal · op het moment dat het ertoe doet · leest zoals een controller leest · gegrond in je cijfers.
- De transformatie. Je rol als bestuurder terug. Ruimte om verder te bouwen. Werk hoorbaar in plaats van alleen meetbaar.
Vrij:
- De doelgroep. DGA vs. operationeel manager vs. MT-lid vs. financieel adviseur. Andere taal, andere pijnpunten, ander detailniveau.
- De lengte. Van one-liner tot longread. Selectie van blokken en lengte per blok variabel.
- De sector. Andere voorbeelden, dezelfde architectuur. Voorbeelden mogen sector-specifiek (let op: voorbeeld ≠ positionering — het verhaal blijft sectoroverstijgend).
- De toon binnen de grondtoon. Zacht-suggererend vs. stellig-leidend, afhankelijk van moment in de klantrelatie en het kanaal.
4. Welke blokken per kanaal
De architectuur is altijd dezelfde. Wat per kanaal verschilt, is welke blokken essentieel zijn en hoe lang ze mogen worden.
| Kanaal | Blokken | Notitie |
|---|---|---|
| Korte advertentie | 02 · 07 | het probleem en de uitnodiging |
| LinkedIn-post | 01 · 02 · 07 | de held, het probleem, de uitnodiging |
| Sales-deck-opening | 01 · 02 · 06 | held, probleem, transformatie — als drie slides |
| Korte landingspagina | 01 · 02 · 03 · 04 · 07 | geen 05/06 — direct van plan naar oproep |
| Volledige landingspagina | alle blokken | elk met visuele scheiding |
| Advertorial in een vakblad | 01 · 02 · 03 · 05 · 06 | in lopende tekst, 04 versimpeld of weggelaten |
| Longread / veldgids-opening | alle blokken, ruim | blok 03 mag een persoonlijke noot bevatten |
| Mail aan koude prospect | 02 · 06 · 07 | direct in het probleem, schets de winst, vraag het gesprek |
Twee regels die altijd gelden:
- De volgorde blijft staan. Ook al sla je blokken over — wat erin zit moet in deze volgorde. Held vóór probleem. Probleem vóór gids. Gids vóór plan.
- Eindig altijd op een transformatie of een uitnodiging. Nooit op het probleem (dat is depressief), nooit op de gids (dat is zelfgericht). Altijd op wat de lezer terugkrijgt of kan doen.
5. Toon — wat we wel en niet doen
Wat we vermijden:
- Jargon — geen “AI-gedreven inzichten” of “next-generation analytics”. Wie zo schrijft is een tool, niet een gids.
- Superlatieven — niet “het beste”, “de slimste”, “revolutionair”. Een gids hoeft zichzelf niet zo te noemen.
- Angst-marketing — geen “voorkom dat je te laat bent”. De held komt omdat hij beter wil sturen, niet uit angst.
- Technologie-fetisjisme — wie over AI praat klinkt als leverancier. (Sluit aan op de lakmoesproef uit het positioneringsdoc: een pitch die overleeft zonder het woord “AI” is robuust.)
- Wij-vorm — elke “wij doen” kan beter “je krijgt” worden. De held staat centraal.
- Mensen wegduwen — geen formuleringen die de controller of adviseur als vervangbaar bestempelen.
Wat we wel doen:
- Erkennen — de lezer voelt eerst dat we hem zien zoals hij zichzelf ziet.
- Concretiseren — één goed voorbeeld is sterker dan tien algemeenheden. Specifieke pijn, specifiek moment, specifiek gevolg.
- Schuren — één plek waar we directer zijn dan de lezer verwacht. Een zin die afwijst wat anderen wél doen.
- Spiegelen — een ongemakkelijke waarheid uitspreken die de lezer al voelde maar nog niet zo had geformuleerd.
- Beelden van controle — niet redding maar regie. Niet “wij lossen het op”, maar “je beslist weer”.
6. Het manifest als referentie-uitwerking
De volledige hero-tekst, gebouwd volgens de zeven blokken. Naam-neutraal te lezen: waar hieronder “de gids” / “het systeem” staat, is dat Boostin SI.
Hero. Cijfers overtuigen niemand. Verhalen wel. — Hoe je ziet wat je business je vertelt, op het moment dat je er nog wat aan hebt.
01 · De held. Iemand die zijn organisatie wil sturen — de eigenaar die grip wil houden naarmate hij groeit, het MT-lid dat wil weten wat er werkelijk speelt onder het resultaat, de bestuurder die niet wil wachten tot het volgende kwartaal voor hij weet of zijn beslissing klopte. Mensen die hun werk goed willen doen, en merken dat meer data het niet makkelijker maakt — niet omdat ze cijfers niet kunnen lezen, maar omdat de cijfers veel te zachtjes praten over wat ertoe doet.
02 · Het probleem. Te veel inzicht, zo weinig signaal. Wat je ziet: dashboards die antwoord geven op vragen die je niet stelde, maandrapportages die te laat zijn om nog van koers te veranderen. Wat je voelt: een sluimerende onrust — het gevoel dat je organisatie achter de feiten aan beweegt terwijl je ervoor uit zou moeten lopen. Waarom het ertoe doet: een organisatie die op signaal beweegt anticipeert; een die op rapportage beweegt reageert. — Niemand werd ooit overgehaald door een grafiek.
03 · De gids. Twintig jaar naast bestuurders gestaan — in vergaderkamers, achter dashboards — om uit te leggen wat de cijfers eigenlijk zeggen. De rol waar geen functienaam voor bestaat: degene die naast je staat en de cijfers vertaalt op het moment dat je ze nodig hebt. Een rol die werkt zolang er iemand beschikbaar is, en stilvalt zodra hij dat niet is. De technologie staat nu op het punt die rol structureel in te bedden — niet als vervanger van mensen, maar als verlenging van vakmanschap.
04 · Het plan. (i) We luisteren naar wat je werkelijk wilt weten — welke beslissingen je elke week en maand neemt, welke informatie ontbreekt. (ii) We bouwen het verhaal in je cijfers — een systeem dat je data leest zoals een ervaren sparringpartner, met de cijfers eronder voor wie wil weten waarom. (iii) We laten het spreken op het juiste moment — in je inbox als wekelijkse duiding, in een bericht als er iets opvalt, in de eerste paragraaf van je MT-stuk.
05 · Wat als je het niet doet. Dan blijft het zoals het ging. Niet slecht — het werkt, het heeft gewerkt. Alleen blijft de kern eruit halen jouw werk, en de tijd die dat vraagt blijft tijd die je liever ergens anders aan besteedt.
06 · Wat als je het wel doet. Je krijgt wat je eigenlijk altijd al vroeg: de kern, in jouw taal, op het moment dat het ertoe doet. Wat in cijfers verankerd is, wordt verteld in een vorm die ook landt bij wie niet in cijfers denkt. En je hebt weer ruimte voor je eigenlijke werk — de cijfers staan eindelijk náást je in plaats van op je schouders.
07 · De oproep. Plan een werkgesprek. Eén uur, één concrete vraag uit jouw werk. Geen demo, geen slides — gewoon kijken wat de kern eruit zou zijn.
Bron: geconsolideerd uit hero-en-richtlijn.html en manifest.html (werkversies, 2026), gereframed naar de vastgestelde naam (Boostin SI) en go-to-market (financieel-adviseur-kanaal). De drie productlijnen — operationele signalering, periodieke review, bestuurlijke storytelling — staan uitgewerkt in het positioneringsdocument en de landingspagina-werkversie.